auke reuvers | gedichten




















1 |

maatschappij
in de soep
de hersenpan
verbonden






















2 |

jij streelt
ik denk
jouw hoofd
mijn plafond
twee zielen
een gedachte




















3 |

dit wat wit dat
een bliksemschicht belicht
























4 |

jij mengt
ik niet
bewaart lucht in een kist
vraag me af
of dat met licht ook kan





















5 |

iemand zwoegt
zonder dat het hoeft
de keel proeft bloed























6 |

stoppelveld met kraaien
schemer gesloten ramen
een boreale bries naar verluidt
het gaat de herfst voor de wind






















7 |

sinds het begin
verdween met praten
het letterlijke onder woorden























8 |

het ademen zelf
is nog wel te behappen
maar van alles daaromheen
stokt het binnenin






















9 |

het is maar net
welk perspectief
eendagsvlieg
opstandeling
wolkje in de thee
bergmassief




















10 |

voorbijgangers
rookgordijn
verjaardagskring
geluidswal
begrafenis
zwijgcontract




















11 |

een paar bomen
in plaats van
het grote verre woud
hoewel dezelfde schaduwen






















12 |

ken uzelf
zegt het orakel
je tast in het duister
leest braille ziende blind






















13 |

naar de knoppen
zonder slag of stoot
het blad is gevallen
de takken vangen licht






















14 |

de visser peinst over het water
geen vin wordt verroerd
de hemel heeft de tijd
de haak een lijn naar boven






















15 |

de velden wuiven
de bomen buigen
de knieën knikken
de zeis zwaait






















16 |

het liefst
schrijf ik
met gum























17 |

ik is
niet als mij
de zon brandt
de maan schijnt






















18 |

oplossingen wel
antwoorden niet
























19 |

ooit cambridge of oxford
nu links en rechts
voorbijgesjeesd























20 |

zich laven is mogelijk
te veel gezegd maar
het leven kleeft
aan de dingen






















21 |

ik zet me schrap
dacht dat je
naar me smachtte























22 |

toen de dolende
eindelijk thuiskwam
zat hein op de rand
van zijn ledikant






















23 |

na een zachte landing
legt de sneeuw zich te ruste
niemand zou zich moeten roeren nu























24 |

heldere nacht
het hoofd loopt
zeldzaam in de pas
met de gedachten






















25 |

met zicht op de rest van ons leven
de dood en of er meer is
dat alles een vlieg op de ruit bleek te zijn























26 |

in het voorjaar werp ik
de winter van me af
stort me op de opera
wereldoorlog twee






















27 |

de ideale wereld
ligt er stil bij





























©auke reuvers | losser, 24 oktober 1971